Over letselschade

Er is sprake van letselschade wanneer u door toedoen van een ander lichamelijk of geestelijk letsel hebt opgelopen. Letselschade kan allerlei oorzaken hebben en ook het gevolg zijn van bijvoorbeeld een verkeersongeval, een arbeidsongeval, ongezonde werkomstandigheden, een fout in een product en zo voorts.

Als u hiervan het slachtoffer bent geworden zult u merken dat letselschade zeer ingrijpende gevolgen heeft.

U kunt niet meer aan het werk, tijdelijk of misschien wel nooit. Uw promotiekansen zijn gedaald of zelfs niet meer aanwezig. Het is onmogelijk geworden voor uw huishouden te zorgen. Misschien kunt u uw hobbies niet meer uitoefenen of niet meer sporten. Al met al kunnen de gevolgen voor zowel uw gezinsleven als uw sociale leven zeer ingrijpend zijn.

Smartegeld

Allereerst bestaat er recht op een smartegeld. Dit is een vergoeding voor de geleden en nog te lijden pijn, alsmede gederfde levensvreugde. Daarnaast zijn er ook kosten voor geneeskundige hulp, verpleging, reis- en verblijfkosten et cetera. Maar ook bijvoorbeeld kosten voor hulp in de huishouding, omdat u vanwege de klachten en beperkingen niet meer in staat bent tot bepaalde huishoudelijke activiteiten.

Vanwege het letsel zou u verder niet meer in staat kunnen zijn om uw werk te kunnen verrichten. Hier kan schade uit voortvloeien, daarbij kunnen ook carrièrekansen misgelopen worden. Er zijn nog tal van mogelijke schadeposten te noemen. Het is belangrijk dat daarin juist uw persoonlijke situatie in beeld wordt gebracht, omdat voor ieder slachtoffer de schadeposten er anders uitzien.

Deskundige bijstand

Vanwege de complexiteit wordt dringend geadviseerd deskundige bijstand in te schakelen. Er zijn veel bureaus die hierin specialiseren, want het gaat vaak om veel geld en ‘goede raad is duur’.

We gaan geen reclame maken, maar willen wel enkele overwegingen aanreiken. Ten eerste is het een beweeglijke markt dus moet de advocaat of de letselschadespecalist constant bijscholen. Dan is er nog zoiets als kwalitatief goed werk. Steeds vaker stellen beroepsbeoefenaren samen een protocol voor goed handelen op. Dit garandeert niet alles, maar legt een bodem onder de kwaliteit en er kan sprake zijn van controle. Vervolgens kan een branche een ombudsman of geschillencommissie instellen, waar men terecht kan als er nadrukkelijke klachten zijn.